CJUE — 29 avril 1999
- ECLI
- ECLI:EU:C:1999:218
- Date
- 29 avril 1999
Mes notes
privées · visibles par vous seulRésumé structuré
version préliminaireFaits
Non déterminable à partir du texte fourni.
Procédure
Non déterminable à partir du texte fourni.
Question juridique
Non déterminable à partir du texte fourni.
Solution
source officielleConclusie van advocaat-generaal Jacobs van 29 april 1999. # Firma Söhl & Söhlke tegen Hauptzollamt Bremen. # Verzoek om een prejudiciële beslissing: Finanzgericht Bremen - Duitsland. # Communautair douanewetboek en toepassingsbepalingen - Overschrijding van termijnen voor inklaring van niet-communautaire goederen in tijdelijke opslag - Begrip verzuim zonder werkelijke gevolgen voor juiste werking van tijdelijke opslag of van betrokken douaneregeling - Verlenging van termijn - Begrip kennelijke nalatigheid. # Zaak C-48/98.
Résumé généré automatiquement — à vérifier avec la décision originale.
Analyse IA non disponible
Générez un résumé intelligent de cette décision
Texte intégral
Conclusie van advocaat-generaal Jacobs van 29 april 1999. # Firma Söhl & Söhlke tegen Hauptzollamt Bremen. # Verzoek om een prejudiciële beslissing: Finanzgericht Bremen - Duitsland. # Communautair douanewetboek en toepassingsbepalingen - Overschrijding van termijnen voor inklaring van niet-communautaire goederen in tijdelijke opslag - Begrip verzuim zonder werkelijke gevolgen voor juiste werking van tijdelijke opslag of van betrokken douaneregeling - Verlenging van termijn - Begrip kennelijke nalatigheid. # Zaak C-48/98.
Citations
Aucune citation répertoriée pour cette décision.
Décisions connexes
Aucune décision similaire identifiée pour le moment.
Synthèse
- Juridiction
- CJUE
- Date
- 29 avril 1999
- Matière
- droit européen
Référence
ECLI:EU:C:1999:218
Données disponibles
- Texte intégral
- Résumé officiel